Het Nederlands Instituut voor Mediakunst heeft samen met Constant Dullaart een kleine uitgave samengesteld met informatie over het World Wide Web. Dit boekje is specifiek bedoeld voor het voortgezet onderwijs en bevat naast makkelijke en heldere teksten over uiteenlopende onderwerpen een paar opdrachten. Deze opdrachten zijn ook weer allemaal gerelateerd aan online kunstwerken, meestal gebruik maken van user generated content.
Het mooie ervan is dat het een internet laat zien wat veel meer over ons -de mensen- gaat dan over code en computers. De abstractie van de wereld van het internet wordt in het boekje prachtig omzeild door hands-on voorbeelden te geven van kunstenaars die werken met de beeldcultuur van het internet die iedereen kent en anekdotische verhalen.

Het is te bestellen via http://nimk.nl/nl/wwwatisdat
De inhoud is te bekijken op http://www.atisd.at/

Koen Leurs doet onderzoek naar de mocro cultuur op sociale netwerken. http://www.koenleurs.net/

Vanavond kreeg ik tijdens mijn college aan de MA education in arts een korte samenvatting van de context van het onderzoek. Identiteit, roots and routes, grand narratives etc etc.

Er is een ding wat me echt bijbleef en opviel. Beeld. Nou goed, 2 dingen. Beeld en de neiging van minderheden om sterkere subculturen te creëren dan met z’n alle Lady Gaga cool vinden. Mocro soldiers, Hijaab hyves, hip hop en alles met een vleugje activisme. Iets wat ik veel minder bij de autochtone leerlingen terug zie. Maar opvallender alles in BEELD. Het copy paste dacht ik inmiddels wel te kennen, maar hoe de Marokkaanse subcultuur -die zich overigens in een zeer heikele positie bevindt- zichzelf weet te profileren in beeld had ik niet verwacht. Beeldproducenten zijn we allemaal. “Broadcast yourself”, maar immer heb ik dit bezien vanuit mijn eigen perspectief, dat van een postmoderne westerling. Ik ken geen vijanden (behalve de PVV voor het creëren van vijanden) ik relativeer me te pletter en kan veel verschillende standpunten innemen. En met mij veel anderen schat ik zo in. Hierdoor is het beeld wat de postmoderne Nederlander produceert en remixt meestal van weinig waarde. Maar op het moment dat er meer op het spel staat -een identiteit vinden tussen je Marokkaanse achtergrond, het huidige stereotype beeld en je eigen ambities, idealen en dromen- ontstaan er ook scherpere randen van de subcultuur. En ze moeten wel omdat de media mocro’s als generiek behandeld.

Onlangs verscheen in de pers een stuk wat betoogde dat de popmuziek dood is. Ik geloof eerder dat de grote subculturen dood zijn. Popmuziek blijft wel bestaan door z’n nog steeds succesvolle businessmodel (entertainment). Maar de grote verbindende idealen, dromen, identiteiten, die zijn niet meer nodig voor onze postmoderne jongere. De mocro’s daargelaten dus, en waarschijnlijk nog meer minderheidsculturen. En dan kijkend naar al dat beeld wat gebruikt wordt. Van h&m, McDonald’s, vlaggen en kamelen, tekens uit de berbercultuur, hiphop artiesten, guns. En dat allemaal door paint gehaald, de beeldratio veranderd, onder gekliederd met teksten. Die beeldcultuur die er ontstaat krijgt sterk z’n eigen conventies en ontwikkeling. Waar ooit Bob Dylan de stem van een beweging was, is nu de ge-remixte beeldcultuur de nieuwe stem. Video killed the radiostar.

Ben gisteren nog niet in gegaan op dat niet publiceren. Want het was de bedoeling dus dat ik dit niet publiceren zou, omdat alles altijd maar gepubliceerd moet worden. Maar niet vanuit anti-publiceren of rebellie tegen die alles-publicerende conventie, maar puur omdat je het nog even voor jezelf wilt houden.

Misschien wil ik dat wel en eigenlijk denk ik ook dat geen hond (of weinig honden tenminste) dit lezen. Mocht je dit lezen.. nu. (as we speak…) Zou jij -grote onbekende jij- even het woord “macaroni” willen achterlaten in de comments? Dan zie ik hoeveel grote onbekenden jijen het wel lezen en kan ik wellicht alsnog besluiten om het te onpubliceren.
(De eigenlijke reden van publicatie is dat ik daarvoor deze blog ooit ben begonnen, kijk maar naar de titel (mits je op de blog zit waar dit bericht origineel is gepost). Die titel heb ik nooit serieus genomen puur door het feit dat ik zelf serieus genomen wilde worden en dus zelden gewoon schreef wat ik dacht, maar die tijd is voorbij lief dagboek.)

Brengt me bij een ideetje wat vandaag opkwam. Over reflectie en cognitieve formalisatie. (even tussen door, ik ga hier ook maar oefenen om al die gedachtesprongen binnen complexe idee structuren en frames simpel te noteren en uiteen te zetten).
Reflectie en cognitieve formalisatie: mensen in educatie en vooral kunsteducatie zijn waarschijnlijk wel bekend met de theorieën van Parsons. De brillen van Parsons, die kennen ze wel. Heel kort voor de grote onbekende jij die het niet kent en wel al “macaroni” heeft ingevuld: Parsons gaat er in zijn theorie vanuit dat iemand in verschillende stadia leert kijken naar kunst. Vanaf een elementair niveau naar een meer cognitieve en formele manier van kijken, ‘gecontextualiseerd’ zeg maar. Die stadia kun je hier even doornemen.

Ik kreeg ineens een enorme weerstand tegen het idee dat we kunst en de wereld om ons heen “beter” kunnen waarnemen wanneer we kijken en beleven vanuit dat 5e stadium. Dat is namelijk “een eigen mening”. Want dat is wat we willen! Een eigen mening hebben. Over alles. En die het liefst publiceren. Zo veel en vaak mogelijk. En die ook onderbouwen. Met veel en met vaak.

Er bestaat zoiets als transsubstantiatie. In principe enkel gebruikt in het Rooms Katholicisme Het beschrijft een staat waarin mensen helemaal in iets mee gaan, iets helemaal geloven. Zoals de katholiek die de Heilige Hostie en de wijn als het lichaam van Christus ervaart. Niet als een symbool of metafoor voor Christus’ lichaam maar daadwerkelijk en zonder concessie; dit is het Lichaam van Christus, zoon van God eet hiervan opdat gij mij niet zult vergeten.
En dat is iets moois vind ik zelf. En meestal in tegenstrijd met het (huidige) verlichtingsdenken. Vergelijk het met theater. Iemand staat op en roept: “Dat is Hamlet niet, dat is Pierre Bokma die doet alsof hij Hamlet is, en ik kan het bewijzen!” Natuurlijk heeft zo iemand gelijk, maar de afspraak is dat we daarover onze mond houden. Dat we onszelf mee laten voeren in de illusie, en daardoor wordt de illusie de echte werkelijkheid. Ons rationele denken lijkt als mission statement te hebben om alle transsubstantiatie uit onze cultuur te verdrijven, onderuit te halen. Als het niet ‘wetenschappelijk’ onderbouwd is, als het niet kloppend is in onze rationele breinen heeft het weinig autoriteit of waarde. Ik vind dat een grove tekortkoming aan de werkelijkheid. De kunst staat momenteel ook onder druk van dit gebrek aan transsubstantiatie. En tevens de laatste vluchthaven voor dit aspect van het leven.

Terug naar de brillen van Parsons, waarom, meneer Parsons, dienen we cognitief naar kunst te kijken en er daardoor een mening over vormen? Zou het kunstonderwijs zichzelf ook als doel kunnen stellen om juist die mysterieuze aspecten terug te brengen in het beschouwen? Dienen we ons te richten op die meta cognitieve aspecten? Het kunstwerk kunnen plaatsen in een tijd, in een context, in kleur, vorm, inhoud en metacontext te categoriseren ten einde een schoonheidservaring te kunnen ondergaan?
Al deze vragen zijn niet retorisch. Laat dat wel duidelijk zijn. Ik geniet namelijk meer van een van Gogh wanneer ik weet dat hij rond die periode een ruzie met Gauguin heeft gehad. Maar waar ik denk dat het kunstonderwijs een kracht heeft liggen is in de transsubstantiatie.

Vandaag raadde iemand me aan om m’n gedachtes en ideeën over media, het onderwijs en kunst (samen met politiek, geschiedenis, eigen ervaringen en dingen die me opvielen) op te schrijven. Dicht bij mezelf daarin te blijven. Eigenlijk zelfs alleen maar op te schrijven wat ik zag en daarover dacht. En het niet te publiceren. “alles moet tegenwoordig maar gepubliceerd worden..”

Die uitspraak van deze persoon is een goed uitgangspunt om vandaag hieraan te beginnen. Alles moet tegenwoordig maar gepubliceerd worden: een McLuhiaanse gedachte waarin het medium de boodschap is. Alle publicatie mogelijkheden zijn wat we communiceren, niet de content.

Ik geef les in media. Mijn leerlingen zijn vandaag aan de slag geweest met het maken van hun eerste pecha kucha. Een vorm van presenteren die strak is en de gebruiker een scherp kader geeft om z’n verhaal te doen. Waar het verhaal van mijn leerlingen over moet gaan is “media en haar conventies”. Nou is dat een strikvraag van mij. In voorgaande lessen hebben we het uitvoerig gehad over de conventies van fictie films, documentaires en televisieformats. De opdracht die ze nu hebben is: neem een media-uiting of thema verwant aan media wat NiET past binnen de voorafgaande genre’s en ga op zoek naar de conventies daarvan. Bijna per definitie zijn alle (nieuwe) mediavormen nog in een onconventioneel stadium. Dat maakt dat ‘het medium: presentatie’ zelf de boodschap is.

En wat gebeurt er? Ik zie in de voorbereidingen van de presentaties duidelijk grafische elementen terugkomen die direct verband hebben met het gekozen thema. Beeldelementen (Google image search op hun thema’s) manieren van lettertype en lay-out, alles wijst naar die (nog niet goed zichtbare) conventies van hun thema.

Is het nu zo dat ze door het maken van deze presentatie leren doorzien wat de intrinsieke waarden zijn van de gekozen thema’s in de nieuwe media, of is het enkel de buitenste laag die zij zien en bestuderen. Met andere woorden: zijn ze zelf bewust van de manier waarop zij hun pecha kucha vormgeven? Of is dit een proces van toevalligheden en het resultaat een simpele remix van de bekende elementen, kleuren en fonts.
En als dat laatste het geval is, via welke methodiek krijgen we leerlingen dan wel aan het nadenken over de media die zij zoveel gebruiken, de vormgeving die de conventies ondersteund en de interface waarvan ze zich bedienen?

De gekozen onderwerpen waarover de presentaties gehouden worden zijn overigens:
- apps
- de vormgeving van alle media uitingen van de publieke omroepen.
- kranten, krantenwebsites en kranten apps.
- advertenties op het internet
- social networks
- magazine’s over mode

Al langer ben ik geïntrigeerd door de manier waarop het ‘nieuwe’ internet wordt vormgegeven door grote bedrijven. De utopie van zelf content toevoegen in alle vormen, maten en kleuren is allang voorbij. Inmiddels wordt onze content in tweets van #140 tekens vervat, in een format geperst van een lange scrollbalk omgeven door de mooie facebook-blue kleuren en heeft elke oude schoolgenoot laten weten of ze het ‘liken’ thumbs up! (maar niet wat ze er echt van vinden) of een zogenaamd leuk berichtje op je verhaal achtergelaten.

Vormgeving speelt een rol, content de volgende. De vraag die ik heb is: “Is het internet een massamedium?” Tot voor kort was dat niet zo vanwege de grote diversiteit van kanalen waarop men communiceerde. Inmiddels lijkt facebook wel dat massamedium te worden. De global village als utopie wordt langzaam verstoord door andere commerciële belangen. De global village als dat benauwende dorp waarin iedereen hetzelfde moet zijn. Lees deze interessante blogpost:

http://stevecheney.posterous.com/how-facebook-is-killing-your-authenticity

ik zou hier wat meer moeten schrijven…

Bijvoorbeeld over het gebuik van een wordpress blog in mijn klas, een twitteraccount voor mijn leerlingen of mijn idee van goed onderwijs. Laat dit bericht maar alvast een voorbode zijn. Mocht u dit lezen en zien dat er al meer dan een maand verstreken is, contacteer mij dan even, want soms moet ik echt aan mijn mouw getrokken worden.

Tsjuss!


Christian Marclay – Guitar Drag [1] (2000)

Een tijdje geleden had ik een kleine discussie op twitter met Antoinette Laan, wethouder sport en cultuur Rotterdam over hoge en lage cultuur.